Cashflow
Van RetailWiki
Inhoud |
Uitleg
Cashflow word in het Nederlands ook wel als kasstroom geneomd. Dit is in feite het geld dat bij de onderneming binnenkomt en dat er niet direct weer uit moet. Om de cashflow te berekenen is het van belang dat er onderscheid gemaakt wordt tussen
- kosten en opbrengsten en
- de ontvangsten en uitgaven.
Netto cashflow
De netto cashflow is gelijk aan het verschil tussen de totale ontvangsten en de totale uitgaven van een onderneming (meestal in een jaar). De winst, een heel ander begrip, is het verschil tussen de opbrengsten en kosten. Er wordt gesproken van een positieve cashflow als er meer ontvangsten zijn dan uitgaven. het gaat hier dus om de liquiditeit van en bedrijf.
Wanneer er meer uitgaven dan ontvangsten zijn spreken we over een negatieve cashflow. Dit is een aanslag op je liquiditeit, op je capaciteit om dinen te kunnen betalen.
Om het onderscheid tussen kosten/opbrengsten en ontvangster/uitgaven te verduidelijken enkele voorbeelden:
- Voorbeeld 1
Een bedrijf in promotie artikelen verkoopt in september 1.000 pluche tijgers aan een klant in verband met de a.s. kerstapkktten. de verkoop is op rekening: de klant betaalt nog niet. Er is op dit moment dus omzet gerealiseerd, maar het geld is nog niet betaald door de klant. Hierdoor zijn er nog geen ontvangsten, er is dus nog gene bijdrage aan de cashflow.
- Voorbeeld 2
Het bedrijf dat de pluche dieren koopt voor haar kerstpaketten maakt kosten door de dieren aan te schaffen. Maar pas op het moment dat deze artikelen betaald worden, wordt de uitgaven gedaan en pas dan heeft het een en ander invloed op de de liquiditeit en zo ook op de cashflow.
Cruciaal is, dat er ook uitgaven die geen kosten zijn, namelijk:
- Aflossing van leningen;
- Uitbreidingsinvesteringen;
- Vervangingsinvesteringen;
- Uitkering van dividend aan de aandeelhouders.
En er zijn kosten die je geen uitgaven opleveren, dit zijn onder andere
Toepassing
De cashflow is direct verbonden aan de liquiditeit. Op het moment dat je veel voorraad aan merchandise inkoopt en je die ook te betaalt, betekent dit dat je liquiditeitspositie achteruit gaat. Je geld zit immers vast in de voorraad. De cashflow moet dan wel op gang komen, er moeten wel betalingen binnenkomen zodat jij de leverancier kan betalen.
Als je cashflow niet goed loopt, krijg je problemen met je liquiditiet, met je betalingen of heb je op een bepaald moment niet voldoende liquiditeit om te investeren. Je kredietwaardigheid gaat dan ook enorm achteruit en dat levert allerlei problemen op. Zeker bij seizoensgebonden bedijven is het erg belangrijk om de geldstomen te sturen. Het Land van Ooit is een van de bedrijven die hierdoor in de problemen is gekomen en failliet is gegaan. Vaak is een goede liquiditeitspositie nog belangrijker dan een goede winst.
Bijna alle brancheorganisaties stellen eisen aan de liquiditeit van hun deelnemers: bijv. het SGR. Vooral bij reisproductent hebben we vaak te maken met vooruitbetalingen van klanten zonder dat er al volledige betalingen van de inkoop worden gedaan. Dit levert een positieve liquditeit op, de totale cashflow is in de reisbranche door de relatief hoge verkooprijs van producten redelijk groot. Dit lokt ook soms mensen die met die gelstroom er vandar gaan.
Links
- Themabericht van Rabobank over geldstromen
- Vara's Kassa over faillissenten van reisburau's
- http://www.managementkennisbank.nl/NL/financieel-advies/advies-reorganiseren-hulp-bij-faillissement/risico-inventarisatie-evaluatie-reorganiseren/ Managementkennisbank over verschil tussen liquditeit en cashflow]
Bronvermelding
Bron:Wikipedia Cashflow
Rijnders, N. (2003), "Financieel inzicht in toerisme en vrijetijd", Leiden: Toerboek''

